zaterdag 27 februari 2016

Een tweede leven voor oude melodieën

Anneke van Giersbergen en Árstíðir - foto Mark Uyl

Anneke van Giersbergen goes classic! Samen met de IJslandse band Árstíðir toert de singer/songwriter in maart door Nederland met de concertshow ‘Verloren Verleden’.

door Margaretha Coornstra

Het begon in 2011 met De Tiende van Tijl. Rockzangeres Anneke van Gierbergen verraste iedereen met haar versie van ‘Dido’s Lament’ uit Purcells opera ‘Dido and Aeneas’. Het succes stimuleerde haar om samen met  Tijl Beckand een klassiek getinte tracklist samen te stellen. In de show en de CD ‘Verloren Verleden’ herinterpreteert ze muziek uit haar eigen jeugd.
“Ik ben opgegroeid met klassieke muziek, heb ook klassieke zangles gehad. Al zing ik deze nummers wel met een ‘lichte’ techniek. Natuurlijk klinkt ‘Dido’ met een operastem prachtig, maar dat is al door zóveel mensen zó ontzettend goed gedaan.” In de groep Árstíðir (IJslands voor ‘Jaargetijden’) vond Van Gierbergen de perfecte partners: “Ik had al eens met hen getoerd. Klassiek opgeleide musici, die indie-folk muziek spelen, ergens tussen licht en klassiek in.”

Je was dertien jaar lang frontvrouw van de heavy metalband The Gathering. Mij valt op dat veel heavy metal-muzikanten een link naar klassieke muziek hebben.
“Zonder meer! Dat zou je zo niet zeggen, maar klassiek en metal hebben veel gemeen. De symfonische elementen, de klankkleuren met violen en zo, hele orkesten zitten er soms achter! Ze gebruiken vaak idioom van pakweg honderdvijftig jaar geleden, maar dan met heel zware gitaren eronder. Het is voor metal-publiek ook makkelijker omschakelen naar klassiek dan voor andere popliefhebbers. In de heavy metal zie je ook heel serieuze teksten, die vaak dieper gaan dan de doorsnee Top 40 − dit zeg ik voorzichtig, want ook daar vind je natuurlijk parels tussen! Maar daar zitten lyrics zitten vooral in de sfeer van bloemetjes en ik hou van jou. In metal-kringen daarentegen schaam je je niet om ook te zingen over wat er in je leven zoal tegenzit, zoals ziekte en dood.”

In de trailer hoor je het spel met kleur, de subtiele mengeling van timbres en harmoniek.
“Wat leuk dat je dat zegt, want dat is precies waar Árstíðir zo goed in is! Ze hebben ook zo’n melancholische, nordic sound.”

Heb je iets met het noorden?
“Ergens wel, ja. Ik vind dat ze in Noord-Europa respectvoller met muziek omgaan. Meer zoals in Ierland, waar de muziek ook meer gemeengoed is dan hier. Ze stellen hogere eisen. Het beroep van musicus wordt ook meer op waarde geschat. Als ik in Scandinavië zeg dat ik zangeres ben, reageren ze: ‘O, tof!’ In Nederland krijg ik reacties als: ‘Leuk, maar kun  je daar dan van leven?’ Rockbandjes krijgen daar ook meer tour support, zoals extra subsidie om in het vliegtuig een grote cello mee te zeulen, want die kost weer een extra stoel... Dat soort dingen.”

Naast klassiekers als de Pavane van Fauré  en ‘Solveig’s Song’ van Grieg zing je ook traditionals en een chanson, dat in Nederland beroemd werd in de hertaling van Friso Wiegersma: ‘Het Dorp’.
“Ja, ik overwoog eerst om de tekst aan te passen naar de jaren tachtig, de tijd waarin ik zelf opgroeide. Want ‘Het Dorp’ is al zó vaak gecoverd. Bovendien kunnen sommige zinsneden, vergeef me, nu wat oubollig overkomen, zoals ‘zoethout voor een cent’. Maar Árstíðir is er gewoon mee aan de slag gegaan. Zij kenden het lied nog niet en voelden dus niet die angst van 'O, als we het maar niet aantasten…!’ Het resultaat heeft echt een heel andere insteek. Hoe ze bij de bridge moduleren en dan weer teruggaan, dat geeft zo’n aparte sfeer! Toen ik het begon te zingen, besefte ik meteen: ja, dit is een heel andere insteek. Uiteindelijk heb ik dus niks aan de tekst veranderd. Dat hoefde niet meer. In dit arrangement spreekt ‘Het Dorp’ ook mijn generatie aan. Het heeft er een nieuw leven bij gekregen.”


(De Stentor, &-katern, 25-02-2016)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten