vrijdag 6 november 2015

'Mijn Stad': Sytse Buwalda over Zwolle


Countertenor Sytse Buwalda (49) verhuisde in 2006 naar Zwolle. 
Naast zijn zangcarrière is hij sinds 2013 initiatiefnemer en programmeur van de Zwolse Muziekkamer. 

door Margaretha Coornstra

Hoe raakte je in Zwolle verzeild?
“In 2005 werd ik 2005 voor een productie van Schatkameropera. Op dat moment woonde ik nog in Duitsland, maar ik overwoog al om weer naar Nederland te verhuizen. Wat daarbij meespeelde was dat mijn ouders langzamerhand op leeftijd kwamen en ik dichterbij hen wilde wonen. Ik was uit mezelf nooit op het idee van Zwolle als woonplaats gekomen, maar toen ik rondkeek, dacht ik: ‘Goh, leuke stad!’ Nu werd die operavoorstelling gerepeteerd en uitgevoerd in het Stedelijk Museum, waarvan Aranka Wijnbeek destijds conservator was. Via Aranka heb ik ook mijn huidige woning ontdekt.”

Wat geeft jou het echte Zwolle-gevoel?
“Dat je, zodra je met mensen praat, het idee krijgt dat je eigenlijk in een dorp woont. Een dorpse mentaliteit.”

Moeten we dat opvatten als compliment?
“O ja, zeker! Ik ben zelf geboren en getogen in een dorp, Zuiderwoude in Noord-Holland. Mijn vader was daar ‘bovenmeester’ en ik ben in mijn hart altijd een dorpsmens gebleven. In grote drukke steden voel ik me niet thuis.”

Wat mag nooit uit Zwolle verdwijnen?
“De cultuur. Ik vind dat Zwolle een mooi cultuuraanbod heeft. We hebben een conservatorium, gezelschappen als Kameroperahuis en Schatkameropera, musea als De Fundatie en het Stedelijk, de Verhalenboot, twee prachtige theaters met een interessante programmering… En dan zijn er nog de kleinere podia, zoals de Doopsgezinde Kerk of mijn eigen Zwolse Muziekkamer, haha! Maar vergeet ook niet de festivals, zoals het Stadsfestival en het Internationaal Gitaar Festival… Nee echt, er gebeuren hier mooie dingen.”

Fijnste akoestiek voor een zanger?
“Ik zing graag in de Doopsgezinde Kerk, al is daar eigenlijk nét iets te veel galm… De bonbonnière in Odeon is prachtig, maar daar klinkt het weer een beetje te droog. Moet ik een keuze maken? Dan ga ik voor de Dominicanenkerk. In De Spiegel heb ik nog nooit gezongen, maar ik denk wel telkens als ik er zit: ‘Wat is dit eigenlijk een mooie zaal!’”
 

Wat mag per direct verdwijnen?
“Dat afgrijselijke winkelcentrum uit de jaren zestig, tegenover de Broerenkerk, waar nu V&D zit! Daar schijnt een heel mooie kerk te hebben gestaan, de Sint Michaëlskerk. Die hebben ze nota bene afgebroken voor die stijlloze, naargeestige betonblokken.”

Favoriet restaurant?
“Nou, ik ga eigenlijk zelden uit eten. Maar soms neem ik een paar vrienden mee naar BaiYok, aan de Diezerpoortenplas. Een fantastisch Thais restaurant.”

Mooiste wandeling?
“Ik ben ’s ochtends vaak vroeg wakker. Dan maak ik voor het ontbijt graag een stevige wandeling langs de Agnietenberg en de Agnietenplas en dan via het dijkje terug. Dat is ongeveer zes kilometer.”

Welke winkel kun je niet voorbijlopen? 
“Tja, ik ben een kringloper pur sang. Kringloopwinkels en antiekhandels, daar snuffel ik graag rond. Nu vind je in Zwolle nauwelijks antiquairs, maar we hebben wel zaken als de Stichting Kringloop, Harry’s Kringloophal, Hebbus of MijnTafel.”

Meest bijzondere plek?
“Het Stedelijk Museum natuurlijk…! Want daar is het allemaal begonnen.”


(de Stentor, 5-11-2015)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten